De gemeente Rotterdam, woningcorporaties en marktpartijen zijn van mening dat het goed is voor deze stad als er sociale huurwoningen worden vervangen door merendeels huur- en koopwoningen in het dure segment. Dit noemen ze 'stedelijke vernieuwing'.
Die stedelijke vernieuwing vindt vooral plaats in Rotterdamse wijken waar vooral sociale huurwoningen staan. Er wordt gesloopt om er dure huur en koop voor terug te bouwen, of woningen worden samengetrokken en gerenoveerd. De meeste van de oorspronkelijke bewoners in de wijken die voor zulke 'stedelijke vernieuwing' zijn aangewezen, kunnen die duurdere woningen niet betalen. De bedoeling lijkt dan ook vaak om een nieuw type bewoners aan te trekken die meer geld moeten opleveren voor de stad.
Rotterdam zet hier nogal fors op in. Van elke 5 nieuwbouwwoningen in Rotterdam in de afgelopen jaren, waren er 4 in het dure segment. Er kleeft een groot risico aan deze 'vernieuwing', namelijk dat er in de toekomst niet genoeg sociale woningen meer zijn en mensen met lage inkomens opgezadeld worden met torenhoge woonlasten. De inkomens van Rotterdammers gaan immers niet evenredig omhoog. De meerderheid van de Rotterdamse bevolking (55 procent) moet rondkomen van minder dan 30.000 euro per jaar (gezin met twee kinderen). Het is duidelijk dat Rotterdam niet aan het bouwen is voor haar zittende bevolking.
Bovendien is het schandalig dat bewoners nauwelijks iets te zeggen of te kiezen hebben over die 'vernieuwing'. Soms moet er inderdaad wat gebeuren om een wijk uit het slop te trekken. Maar misschien heeft zo'n wijk in eerste instantie heel iets anders nodig dan veranderingen in het vastgoed. Een wijk bestaat immers uit zijn bewoners. En die weten vaak het beste wat er mis of nodig is. Maar bewoners worden maar mondjesmaat betrokken bij de plannenmakerij van beleidsmakers. Heel vaak worden bewoners pas geïnformeerd over plannen als de kaarten al getekend zijn. Die worden dan aan het eind van een 'bewonersavond' eventjes op tafel gelegd. Als bewoners dan protesteren zeggen de plannenmakers 'niemand houdt van verandering en wij begrijpen dat het pijn doet, maar straks zult u heus weer tevreden zijn.' Ondertussen gaan er wel sociale structuren in een wijk kapot omdat mensen worden uitverhuisd. Mensen raken uitgeput en overspannen van de stress die al het protest en de onderhandelingen met de plannenmakers met zich meebrengen. Er is wantrouwen over en weer, de representativiteit van bewonersgroepen die zich actief inzetten wordt ter discussie gesteld, de ervaringskennis van bewoners wordt niet benut, en bewoners moeten dit allemaal in hun vrije tijd erbij doen. Tot slot moeten bewoners dan soms ook nog honderden euros meer huur gaan betalen als ze willen terugkeren in hun eigen wijk.
In veel Rotterdamse wijken zijn conflicten ontstaan tussen bewonersgroepen en hun verhuurders/ woningcorporaties. Wethouder wonen Karakus moest steeds vaker persoonlijk ingrijpen na onhoudbare situaties en fel bewonersprotest. Daar werd hij moe van en hij besloot (net als de andere grote steden in het land) een Stedelijk Protocol Bewonersparticipatie op te laten stellen waarin afspraken zouden staan over hoe bewoners moeten participeren als er bouwplannen worden gemaakt. Het protocol werd een fiasco omdat er geen draagvlak voor was onder bewoners en omdat er geen gebruik van wordt gemaakt in de stad. Lees er meer over onder 'Bewonersparticipatie.'
Onze voornaamste conclusie van dat proces is dat bewoners in Rotterdam zich beter moeten organiseren. Het ontbreekt in de stad aan een sterke bewonersvertegenwoordiging, zoals Amsterdam die bijvoorbeeld heeft in de Huurdersvereniging Amsterdam waar geen beleidsmaker omheen kan. RIA wil werken aan zo'n bewonersvertegenwoordiging en sterke bewonersgroepen in de stad. Alle bewonersgroepen/-vertegenwoordigers in de stad zouden met elkaar om de tafel moeten om hun krachten te bundelen. Om hun eigen agenda te maken en uit te voeren. Waarom zouden bewoners niet met vernieuwingsplannen naar de corporatie en de gemeente kunnen stappen? Wij denken dat daar ook een onafhankelijke bewonersondersteuning van professionals voor nodig is, want je kunt bewoners niet alles alleen en in hun vrijwillige tijd laten doen. RIA wil daarom actief contact leggen met andere bewonersgroepen.
Kort gezegd draait het bij RIA om de vraag: Van wie is de stad?
De corporatie en gemeenten zeggen: 'Ik heb het beheer en eigendom in handen, ik beslis.' De bewoner zegt: 'Ik woon hier al 40 jaar, ik heb het recht om mee te praten.' De corporatie en gemeente zeggen: 'Ik bewaak de algemene belangen over de lange termijn. Bewoners vertegenwoordigen alleen hun eigen belang.' De bewoner zegt: 'Ik woon hier al langer dan dat de eigenaar mijn woning in bezit heeft (de corporatie is al drie keer gefuseerd). En bij de gemeente waait elke vier jaar een andere wind.' Bovendien, als bewoners nooit hadden ingegrepen in stedelijke vernieuwingsprocessen, dan was menig cultuurhistorisch erfgoed tegen de vlakte gegaan. Bijvoorbeeld: Heijplaat. Het tuindorp en het RDM terrein moeten nu het 'paradepaardje' van Rotterdam worden. Ons antwoord op de vraag is dan ook: de stad is van ons.
Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer